Hoe moet een lattenbodem liggen? Zo doe je het goed

Een lattenbodem moet vlak, stabiel en goed ondersteund in het bedframe liggen, zonder dat de latten doorbuigen of verschuiven. Klinkt simpel, maar er zijn een paar dingen waar je op moet letten om het meeste uit je lattenbodem te halen.

De juiste positie van de latten

De latten liggen dwars op de lengterichting van het bed, van de ene zijrail naar de andere. Ze mogen niet loskomen, doorhangen of schots en scheef liggen. Controleer altijd of elke lat goed in zijn houder of gleuf zit. Bij een losse lat die verschuift, mis je lokale ondersteuning en kan je matras ongelijk gaan liggen.

De tussenruimte tussen de latten speelt ook een rol. Een te grote opening geeft onvoldoende steun, waardoor de matras inzakt op de zwakke plekken. Een gangbare richtlijn is dat de tussenruimte niet groter is dan de breedte van een lat zelf. Bij moderne lattenbodems is dit al van tevoren bepaald, maar bij een losse set latten is het goed om dit te meten voordat je de matras erop legt.

Hoe moet een lattenbodem liggen als het gaat om hardheid?

Veel lattenbodems zijn instelbaar. De latten zijn dan gemonteerd op kleine kunststof of rubber houders die je kunt verschuiven of kantelen. Door een lat naar het midden te schuiven, wordt de ondersteuning op dat punt steviger. Schuif je hem meer naar de zijkant, dan geeft hij meer mee.

De instelling hangt af van je lichaamsgewicht en slaaphouding. Hoe zwaarder je bent, hoe steviger de instelling moet zijn, zodat het lichaam goed wordt ondersteund. Lig je op je zij, dan hebben je heupen en schouders meer inzinking nodig dan je rug. Lig je op je rug, dan wil je doorgaans een meer gelijkmatige, stevige ondersteuning over de hele lengte van je lichaam.

Stel de zones in voordat je de matras erop legt. Zo kun je makkelijk bij alle latten en houders. Ga daarna gewoon op de matras liggen en pas de instelling daarna eventueel bij als je merkt dat iets niet lekker aanvoelt.

Vlak of iets gebogen?

Sommige lattenbodems hebben een lichte welving naar boven, de zogenaamde profielering. Dit is bedoeld om de natuurlijke S-curve van de ruggengraat te volgen. In dat geval is het de bedoeling dat de latten in het midden iets hoger liggen dan aan de uiteinden. Let er bij het plaatsen op dat je de lattenbodem niet omgekeerd neerlegt. Controleer dit door even te kijken of de welving naar boven wijst.

Een volledig vlakke lattenbodem is ook prima, mits de matras zelf de ergonomische ondersteuning biedt. Combineer je zo’n vlakke bodem met een matras die daar niet op is afgestemd, dan kan het zijn dat je rug te weinig steun krijgt in de lendenen.

Stabiel in het bedframe

De lattenbodem moet stevig in het frame rusten zonder te schuiven. Bij een tweepersoonsbed dat bestaat uit twee losse helften, zorg je ervoor dat beide helften goed op de draagbalk in het midden steunen. Ontbreekt die middensteun of ligt hij scheef, dan kan de lattenbodem doorzakken precies daar waar je het minst wilt.

Controleer ook of de poten van het bedframe gelijkmatig staan. Een scheef frame zorgt dat de lattenbodem en matras ongelijk liggen, wat op den duur klachten geeft aan rug of nek. Leg eventueel een waterpas op de lattenbodem om te controleren of alles goed horizontaal staat.

Let je op deze punten, dan ligt je lattenbodem goed en doet hij waarvoor hij bedoeld is: de matras eerlijk ondersteunen en meebewegen met je lichaam. Klopt de instelling, staat het frame stabiel en liggen alle latten op hun plek, dan is de basis voor een goede nachtrust letterlijk gelegd.

Scroll naar boven