De ontwikkeling van het slaapritme bij baby’s
Wanneer een baby net geboren is, moet hij vaak gevoed worden. In deze tijd slaapt je baby meestal kleine stukken, soms maar twee tot vier uur achter elkaar. Dit hoort bij de ontwikkeling van het slaapritme en sluit aan op de biologische klok die nog niet is ingesteld op dag en nacht. Baby’s hebben tijd nodig om te leren dat de nacht bedoeld is om te slapen. Na zo’n zes tot acht weken went het lichaam van je kindje langzaam aan het verschil tussen dag en nacht. Dan zal je baby soms al eens een blokje van vijf of zes uur kunnen slapen, vooral in de nacht. Toch blijft het bij de meeste baby’s tot drie à vier maanden normaal om nog ‘s nachts wakker te worden voor eten.
Wanneer mag een baby doorslapen volgens het gezondheid-ritme?
Veel ouders vragen zich af wanneer een baby mag doorslapen. Hier is geen vast antwoord op, maar meestal wordt het mogelijk als je kindje zijn geboortegewicht goed heeft bereikt en veilig blijft groeien. Voor sommige baby’s kan dit al rond zes weken zijn, bij anderen duurt het wat langer. Het is belangrijk naar de signalen van je baby te kijken. Wanneer je baby goed groeit, genoeg natte luiers heeft en vrolijk wakker wordt, kun je hem gerust wat langer laten slapen. Het consultatiebureau of de huisarts geeft vaak advies passend bij de situatie van jouw gezin en kind. Door het volgen van het eigen ritme van je baby zorg je ervoor dat zijn gezondheid voorop blijft staan.
Tips om het dag en nacht ritme te ondersteunen
Het kan helpen om overdag het verschil tussen licht en donker goed aan te geven. Doe gordijnen open en praat gewoon tegen je baby tijdens de voeding. ’s Nachts is het goed om rustig en met gedimd licht te werken. Zo leert je baby onderscheid maken tussen dag en nacht. Vaste momenten voor voeding en slaap geven duidelijkheid. Tegelijk is het belangrijk om flexibel te blijven; soms verandert het ritme en dan kan je kindje tijdelijk weer vaker ’s nachts wakker worden. Vooral tijdens groeispurten, als er tandjes doorkomen of bij een griepje gebeurt dat regelmatig. Volg vooral je eigen gevoel en de signalen van je kindje.
Wat als doorslapen langer duurt? Sommige baby’s doen er langer over om de nacht door te slapen. Dit is meestal helemaal normaal. Elk kind heeft zijn eigen tempo in het ontwikkelen van slaapgewoontes. Als je baby gezond is, goed eet en groeit, is er geen reden tot zorgen. Komt er onzekerheid? Overleg gerust met het consultatiebureau. Zij bekijken samen met jou of het slapen past bij een gezond leven voor je kind. Factoren als temperament, prikkelbaarheid en gevoeligheid voor geluid of licht kunnen ook invloed hebben op slaap. Verschillen tussen baby’s zijn groot en dat hoeft geen probleem te zijn. Geef het tijd en kijk wat werkt voor jouw kind en gezin.
Meest gestelde vragen over doorslapen bij baby’s
-
Wanneer begint een baby meestal met de hele nacht slapen? De meeste baby’s slapen vanaf een maand of drie tot zes soms een langere tijd ’s nachts, zoals zes uur achter elkaar. Overdag blijven er vaak nog meerdere slaapjes nodig.
-
Moet ik mijn pasgeboren baby wakker maken voor de voeding ’s nachts? Bij jonge baby’s die nog niet genoeg gegroeid zijn of hun geboortegewicht terug moeten krijgen, is het advies om ’s nachts te voeden. Zodra je kindje goed groeit, mag je je baby laten slapen tot hij zelf wakker wordt.
-
Mag een baby doorslapen als hij nog maar kort geleden geboren is? Een pasgeboren baby slaapt meestal korte stukjes en heeft vaker voeding nodig. Meestal duurt het tot na het bereiken van het geboortegewicht en goed groeien voordat je je baby iets langer kunt laten slapen.
-
Heeft het slapen van je baby invloed op zijn gezondheid of groei? Goede slaap draagt bij aan een gezonde groei, maar voeden op tijd is het belangrijkst. Als je baby gezond is en goed groeit, past het natuurlijke slaapritme zich meestal vanzelf aan.
-
Wat kun je doen als je baby erg onrustig is in de nacht? Onrustige nachten komen vaak voor. Houd de kamer donker en stil, maak het slaapritueel rustig en voorspelbaar. Geef je baby de tijd om tot rust te komen en blijf zelf rustig. Bij twijfels kun je altijd om hulp vragen.



